als ik op wacht
in de taiga
de nacht in ga
duren uren voort

in de leegte
zonder zon of maan
is horen diep
en zien grijs

in de tijdloze schemer
krijgt mijn geest
voortdurend schimmen
te verduren die hij vreest

dan, na lang dralen
verlicht het licht
van de bleke maan
zacht mijn gemoed

en ontdoet haar
van de angst
oneindig te dwalen
in wezenloze gedachten

dus ik wacht
vol verwachting
tot de nacht
haar geheimen onthult

(5 april 2015)

 

 

Mijn zoon Tim, dierecoloog met een passie voor marterachtigen, wilde al jaren graag een veelvraat in het wild zien. Beste plek: Wild Brown Bear Centre, Finland/Russische grens. Beste tijd: begin april (dan zijn de beren nog nauwelijks actief).

Een week verblijven in het Bear Centre blijkt een bijzondere ervaring. Je bioritme gaat danig op de schop: 8 uur wordt het ontbijt geserveerd, om 16 uur het avondeten en aansluitend loop je een kleine kilometer over bijna een meter sneeuw, er is in 20 jaar niet meer zoveel gevallen, naar de rand van een hoogveen in niemandsland (tussen Finland en Rusland) waar de fotohutten staan. Je brengt de nacht door “opgesloten” in ruimte van 2 x 2 x 1 meter (breedte, hoogte, diepte) met twee plastic tuinstoelen, een smal stapelbed met dikke mummie slaapzakken, een plastic toiletemmer en je fotospullen. Een laag raampje en vier “fotoslurfen” zijn je contact met de buitenwereld.

 

ISO 2000, 1/80 @ f8, -1,0LW 16-35 @ 35mm, uit de hand

ISO 2000, 1/80 @ f8, -1,0LW
16-35 @ 35mm, uit de hand

 

 

Tot circa 20.00 en vanaf circa 6.30 uur valt er goed te fotograferen. Daartussen komen de ISO waarden niet meer hoog genoeg; zelfs niet met de volle maan op een besneeuwde vlakte. Dankzij die sneeuw blijft er de hele nacht wel voldoende licht om te observeren. Vermoeidheid en optrekkende kou, het vriest elke nacht licht, doen ons echter telkens verlangen naar het bed met de dikke slaapzak. Met je kleren aan net voldoende dik om het niet koud te krijgen.

Heel apart om je nachten zo door te brengen met min of meer hetzelfde uitzicht op wat zomers een ven is en daar achter de taiga en te wachten op wat komen gaat. Ondanks het eentonige ritme en hetzelfde uitzicht was het een week van uitersten: prachtig strijklicht, sneeuwbuien, bijzondere ontmoetingen en lichamelijke misère.

 

ISO 25600, 1/50 @ f4.5, -1,0LW 80-400 @ 85mm, vanaf balhoofd

ISO 25600, 1/50 @ f4.5, -1,0LW
80-400 @ 85mm, vanaf balhoofd

 

 

De dag van aankomst was het zonnig weer en de eerste avond werd het strijklicht van de ondergaande zon mooier en mooier. Tim zei dat het perfect zou zijn als er naast het boompje voor de hut een veelvraat zou staan. Enkele minuten later ziet hij in de bosrand een veelvraat lopen. Al zigzaggend hobbelt zij in de voor veelvraten kenmerkende “galop” op ons af, steeds dichter bij tot naast het genoemde boompje waar zij in de sneeuw begint te graven. Op een gegeven moment zijn alleen nog haar staart en rug zichtbaar. De bonte kraaien hebben al snel door dat er iets te halen valt en binnen korte tijd landen zij naast het gat; wachtend op hun beurt om restjes te verschalken. Na een paar minuten heeft de veelvraat blijkbaar genoeg gegeten want ze verlaat de kuil, kijkt nog één keer om, om vervolgens al hobbelend rechts uit beeld het bos weer in te gaan. Een korte ontmoeting die veel indruk maakt; helemaal achteraf beschouwd want het blijkt onze enige waarneming bij daglicht te zijn. De reis kan niet meer stuk: het hoofddoel is de eerste avond al bereikt!
Even later gaat de zon in warme tinten onder en zet de bosrand in een oranje gloed.

 

ISO 1250, 1/200 @ f8, +1,0LW 80-400G @ 400mm, uitsnede

ISO 1250, 1/200 @ f8, +1,0LW
80-400G @ 400mm, uitsnede, vanaf balhoofd

 

 

De volgende ochtend staan we om vijf uur op. Het is een grijze ochtend en tot een uur of zeven gebeurt er eigenlijk bar weinig. Dan komt heel voorzichtig een paartje raven op de resten af. Opvallend hoe schuw ze reageren en hoe lang het duurt voordat ze op de grond durven te komen. Maar waar één paartje is, volgen er al snel meer. Ze houden elkaar voortdurend in de gaten en communiceren met elkaar met een uitgebreid vocabulaire van klokkende, kwakende en rauwe keelgeluiden naast het meest bekende en verklinkende ork, ork, ork. Zo geordend als het gisteren bij de bonte kraaien ging, gaat het bij de raven niet. Geruzie al om: snavel uitvallen, trekken aan elkaars vleugels … het is een heel spektakel. Tot de eerste fotografen hun hut verlaten om naar het ontbijt te gaan en de raven verstoren.

 

ISO 3200, 1/800 @ f7.1, +0,7LW 80-400G @ 400mm, uitsnede vanaf balhoofd

ISO 3200, 1/800 @ f7.1, +0,7LW
80-400G @ 400mm, uitsnede
vanaf balhoofd

 

 

Een deel van de dag vermaken we ons bij de “vogelhut” die vlak naast het verblijf ligt. De soortenrijkdom is laag maar met name eekhoorn, zwarte specht, bonte specht, goudvink en taigagaai houden ons scherp en alert. En met een flinke berg sneeuw vlak voor de hut is er de mogelijkheid tot het maken van “andere” foto’s.

 

ISO 800, 1/400 @ f8, +1,7LW 80-400G @ 400mm, uitsnede uit de hand

ISO 800, 1/400 @ f8, +1,7LW
80-400G @ 400mm, uitsnede
uit de hand

 

 

De tweede nacht brengt sneeuw maar vooral lichamelijk misère waardoor ik nauwelijks een oog dicht doe. Ik mis daardoor helaas de enige dag waarop de bomen wit zijn en de sneeuw maagdelijk is … De ochtend van vertrek geeft gelukkig een beetje troost door een magere sneeuwbui. Tim vermaakt zich daarentegen prima: ’s avonds in het half donker nog mooie veelvraat waarnemingen gedaan: rollen in de sneeuw, een mogelijke paring en ’s ochtends en overdag prachtige winterse foto omstandigheden.

 

ISO 3200, 1/640 @ f7.1, +0,7LW 80-400G @ 400mm

ISO 3200, 1/640 @ f7.1, +0,7LW
80-400G @ 400mm

 

 

De overige dagen vertonen min of meer hetzelfde patroon: overdag rusten en een beetje in de vogelhut fotograferen, ’s ochtends en ’s avonds op wacht.
De laatste twee nachten bieden weer volop spanning: het is volle maan, er is helder weer voorspelt en er zijn wolven en berensporen gezien. De verwachting is dat de beer zich in de tweede helft van de nacht zal laten zien wanneer de sneeuw door de vorst hard genoeg is om op te lopen. Als rond 21 uur blijkt dat het maanlicht onvoldoende licht geeft, besluit Tim de wekker op 3 uur te zetten. Ik houd het tot half elf vol.
Om drie uur blijkt dat de maan echter achter een wolkendek verdwenen is. Dus nog twee uurtjes langer slapen. In het ochtendlicht ontdekken we dat er iets groots een duidelijk spoor in de sneeuw heeft achtergelaten: diepe, grote pootafdrukken en omgeploegde sneeuw. Ons vermoeden wordt later bevestigd: rond middernacht is er in het donker een beer langs gekomen …

 

ISO 400, 1/1000 @ f7.1, +0,7LW 80-400G @ 80mm, uit de hand

ISO 400, 1/1000 @ f7.1, +0,7LW
80-400G @ 80mm, uit de hand

 

 

Hoewel de kans dat de beer de nacht er op weer langs komt héél erg klein is, besluiten we de “laatste” nacht langer op te blijven. De maan laat zich pas heel laat zien en opnieuw vertonen één of twee veelvraten ’s nachts hun speelse gedrag maar de beer … komt niet weer. De ruigpootuilen laten zich echter wel de hele nacht horen en in de sinistere sfeer geeft de taiga het bovenstaande gedicht prijs …

Niemandsland? Nee, de taiga is van veelvraat, beren, raven, zwarte spechten en …