er staat een doos onder het bed
dat was wel even schrikken
het bleek een doos vol snikken
die daar heimelijk was weggezet

ik moest wel even slikken
dat zoveel leed nog kon bestaan
en waarom in die doos gedaan
of zou het lot dat zo beschikken

al doet het leven nog zo’n pijn
voelen doe ik dat toch niet
en mijn diep verstopt verdriet
kan het dus eigenlijk ook niet zijn

is het de weemoed naar mijn jeugd,
de smart om te veel verloren dagen
waardoor ik me nu wel af moet vragen
waarop ik me eigenlijk heb verheugd

dus staat er eenzaam onder mijn bed
een doos voor al mijn sneaky snikken
die ik daar stiekem in kan mikken
en zo, iedere dag weer net aan red