op de helling reiken tamme stammen
in rechte rijen stram naar de hemel
die zij nooit kunnen bereiken

zilveren en gouden stralen strijken
‘s ochtends vaag tussen de bomen omlaag
zoekend naar de laatste schaduw

in het dal klatert het wilde water
van de dwalende stroom haastig voorbij
zal zij ooit haar eindpunt vinden

langs de kant hangen
overmand en nog bevangen witte anemonen
in stille pracht bij te komen
van een ongewone kille nacht

met enige onzekerheid en met zek’re twijfel
is het voorjaar heus gestart
met vogelzang en beukenblad
in de duist’re Eifel

twEifel01

twEifel02

 

twEifel04

 

twEifel06

 

 

twEifel09

twEifel10