De Vogezen waren dit jaar het decor van mijn fototrip met Tim. Anders dan vorig jaar naar Runde kon ik me er niet zo veel van voorstellen; ik was er nog nooit geweest. Toch had ik allerlei verwachtingen over wat ik eventueel zou kunnen fotograferen. Dat kwam deels omdat we informatie verzameld hadden èn omdat dit de bakermat is van Vincent Munier één van de favoriete natuurfotografen van Tim en mij. Maar wat ik ook verwachtte, het was totaal anders. Deels kwam dit door het weer. Ik hoopte op veel vlinders en insecten maar die verschenen pas de laatste dag dankzij de uitbundige zon die toen scheen. Eigenlijk was het helemaal niet zo erg. De grote variatie in het weer gaf allerlei mogelijkheden die er anders niet waren geweest. En het ontbreken van insecten zorgde er ook voor dat ik minder werd afgeleid van mijn plan om op zoek te gaan naar vormen. Een idee dat minder makkelijk uitvoerbaar bleek dan ik had verwacht. Blijkbaar ben ik meer voorgeprogrammeerd op bepaalde beelden dan ik dacht! Toch was het de rode draad in deze week, naast de sfeer die voort kwam uit het weer en de specifieke onderwerpen die we tegen kwamen. Met de selectie in dit blog wil ik mijn impressies met jullie delen.

 

1. Geur
De geur van houtgestookte kachels was alom aanwezig. Een geur die ik daarvoor vooral associeerde met een land als Oostenrijk waar deze streek mij overigens regelmatig aan deed denken. Net als onze chambre d’hote in Ramonchamp worden veel huizen in dit deel van de Vogezen blijkbaar gestookt met hout. Dat was ook te zien aan de houtstapels die we bij veel huizen zagen liggen. Netjes tot aan de nok gevulde stapels van driehoekig, vers hout. Ik kon het niet laten om daar een foto van te maken ter herinnering aan die heerlijke, prikkelende geur!

ISO 400, 1/80 @ f11, +0,7LW 90 mm macro vanaf statief

 

2. Beekdalen
Het heuvelachtige land van de Haute Vosges is doorsnede met beekdalen. Grotere en kleinere beekjes dalen er van de hellingen. Stroompjes, vaak begeleidt door fris groene bosjes en bijbehorende vegetatie. Eén van die beekdalen is het dal van de Ruisseau du Bozon, gelegen op het plateau van de “mille étang”. Terwijl Tim zich in eerste instantie liet inspireren door het water van de beek, was ik druk bezig in de berm van de weg: gele dovenetel, salomonszegel èn amandelwolfsmelk. Vooral de laatste trok mijn aandacht door de bouw van de plant. Terwijl ik experimenteerde met verschillende invalshoeken, werd mijn aandacht getrokken door een klein vliegje dat mij nauwlettend in de gaten hield.

ISO 400, 1/400 @ f4, +0,7LW 90 mm macro vanaf statief met hoekzoeker

 

3. Oud en nieuw
Wandelen en fotograferen in de regen heeft zo zijn voordelen net als een beperkte hoeveelheid energie. Het dwingt je om regelmatig te stoppen waardoor je de omgeving goed op je in kunt laten werken. Zo ontdekte we eerst een notenkraker en viel mijn oog later op enkele vierkanten meters bosgrond waar het lichtgroene verse gras een mooi contrast vormde met het oude gele hooi van het jaar er voor. Het hooi lag golvend op de grond, het gras stak er fier doorheen. Hoewel ik weinig gebruik maak van beweging tijdens het fotograferen, leverde het voor deze situatie naar mijn mening het beste resultaat omdat dankzij de onscherpte nu vooral de golven van het hooi en het fiere, rechte gras goed naar voren.

ISO 100, 1/10 @ f9 80-4--G @ 110mm, uit de hand

 

4. Stromend water
In de Vogezen is stromend water nooit ver weg. Even ten zuidwesten van de Ballon d’Alsace (door mij in verband met een associatie aangeduid als “ballon balzak”) vormt een kleine, woeste beek over enkele honderden meters door een flink verval de “cascade du Rummel”. Een sfeervolle, uitdagende omgeving, mede omdat het opnieuw een grijze dag met veel bewolking, dus mist en regen, was: stromend water (van onder en van boven), enkele luidruchtig langs vliegende waterspreeuwen (die ik helaas niet voor de lens kreeg), bemoste omgevallen boomstammen maar vooral die watervalletjes en die steile klim! Mijn aandacht werd al snel getrokken door een dotterbloem die vlak langs het snelstromende water uit een steen voortsproot.

ISO 100, 1/8@ f13 80-400G @ 300mm vanaf statief

 

5. Mystieke hellingbossen
De wegen door de Haute Vosges zijn meestal twee baans, kronkelig en vaak smal. Regelmatig ook met haarspeldbochten omdat het landschap volledig bestaat uit toppen en dalen. Op veel verschillende plekken lagen langs die wegen betoverende hellingen met beukenbossen. Beuken anders dan die in Nederland vanwege hun grijze uiterlijk door met name korstmossen. Rechte, (donker)grijze stammen met hier en daar in meer of mindere mate bijna lichtgevende lichtgroene, verse blaadjes. De sfeer werd de eerste dagen versterkt door de wolken die op de hellingen in het bos hingen. Toen ik er mee aan de slag kon, langs de route des Crêtes, was net de bewolking opgetrokken en hing er nog nauwelijks mist tussen de bomen. Toch bleven de mooie, grijze, rechte boomstammen me intrigeren. Om de nadruk te leggen op die stammen met het frisse groen èn toch nog iets van de mystieke sfeer te creëren heb ik gekozen voor een dubbele belichting.

ISO 800, 1/125 @ f5.6, -0,7LW 80-400G @ 360mm vanaf statief

 

6. Pulsatilla alpina austriaca
Het leuke van bergen is dat ze hun eigen “alpen” flora hebben. In de Vogezen vonden we zowel op de Grand Ballon als Le Hohneck de witte, harige alpenanemoon (ondersoort austriaca). Op de Grand Ballon in de luwte van de berg en het bos in volle bloei, op de kale Hohneck alleen nog maar in knop. Ik kreeg een herkansing omdat de vorige keer dat we de plantjes aan het fotograferen waren, moest stoppen door een enorme regenbui en het mij op dat moment niet gelukt was om de foto te maken die ik eigenlijk wilde wat mij zeer frustreerde. Achteraf gezien HET leermoment van het jaar! Ik wilde namelijk foto’s maken met de nadruk op de vorm van het bloempje maar ik maakte automatisch “standaard” foto’s met één scherpe bloem en één in de onscherpte. De foto in dit blog komt aardig in de buurt van wat ik eigenlijk wilde. Omdat die middag de zon volop het berg weitje bescheen, heb ik gebruik gemaakt van een witte paraplu om de bloemen in de schaduw te zetten èn een witte achtergrond te creëren. Dat maakt deze foto een stuk softer dan die met de knal blauwe lucht in de achtergrond. De foto is omgezet naar zwartwit om de vormen te benadrukken.

ISO 200, 1/250 @ f13, +0,7LW 90 mm macro met hoekzoeker steunend op de grond

 

7. Voorjaarsplanten
Salomonszegel
Eén van de planten waar ik vooraf van hoopte te kunnen fotograferen is de salomonszegel omdat deze zo’n aparte verschijning is: een overhangende stengel, om en om staande langwerpige bladeren met evenwijdige nerven en onder de steel hangende bloemen. Een plant waarmee je qua vorm leuk kunt stoeien. Dat bleek niet mee te vallen. Er waren er weinig en de meeste waren misvormt. Ik vond er slechts één die redelijk te benaderen was ondanks enkele braamscheuten. Met deze plant ben ik een tijd bezig geweest om met name de vorm van de plant goed te laten zien. Terwijl ik half onder de plant bezig was, liet een spinnetje zich langs de stengel zakken. Die nam ik als focuspunt met de vorm van de plant als achtergrond.

ISO 200, 1/2000 @ f4, +0,3LW 90mm macro met hoekzoeker steunend op de grond

 

Het bos langs de cascade du Rummul was de enige plek waar ik één van de lekkerste geurende planten die ik ken zag: het lievevrouwebedstro. Kleine witte bloempjes op een dun steeltje met op regelmatige afstand een stervormig kransje tere blaadjes. De plantjes stonden nog niet in bloei maar ik wilde sowieso eigenlijk iets doen met het tere groen en de bladerkransen. Ik heb het plukje planten van alle kanten benaderd maar wilde ze eigenlijk fotograferen vanuit een laag standpunt. Omdat het zo’n klein plantje is, is het moeilijk om er “onder” te komen als je een 90 mm macro lens hebt (lengte van de lens + de vergrotingsmaat). Gelukkig was de helling bij de cascade zo steil dat het in dit geval mogelijk was. Met weinig scherptediepte vind ik zelf de herhaling van stervormen zeer geslaagd.

ISO 800, 1/80 @ f4.8, +0,7LW 90mm macro met hoekzoeker steunend op de grond

 

Een plant die in deze blog echt niet mag ontbreken is de zwartblauwe rapunzel. Een vreemd ogende plant waarvan je niet zou verwachten dat deze deel uitmaakt van de klokjesfamilie. De reden waarom zij niet mag ontbreken: het was voor mij een nieuwe soort. Vanaf dag één was ik haar al tegen gekomen in de wegbermen. Verschillende pogingen om deze plant bevredigend vast te leggen waren mislukt tot de laatste dag. De zon op de achtergrond en de situatie dat de planten in een groepje in de schaduw stonden, zorgden samen voor een foto met voldoende spanning en voldoende elementen om wat langer naar te kijken.

ISO 200, 1/125 @ f3.5, +0,7LW 90mm macro vanaf statief met hoekzoeker

 

8. Gemzen
De gemzen op Le Hohneck hebben echter deze vakantie de meeste indruk op mij gemaakt. Dat heeft verschillende redenen. Zo hebben we de plek drie keer bezocht: één keer in de dichte mist, één keer met een mooie zonsopkomst en onze laatste avond in de Vogezen. Elk moment met een andere sfeer, andere verhalen en andere ontmoetingen. Wat zijn die gemzen in trek bij wandelaars en “natuurfotografen”. Eigenlijk was de benadering van deze mensen standaard: recht er op af lopen om te proberen er zo dichtbij mogelijk te komen tot tenslotte alle gemzen uit beeld waren verdwenen: rennend over de helling of zich terug trekkend in het bos op de steile helling onder het weitje (ook een aantal van de zogenaamde natuurfotografen die we er zagen hanteerde deze strategie). Maar ik heb zelf ervaren dat het ook totaal anders kan. Omdat Tim veel handiger is en zijn werksnelheid veel hoger ligt èn omdat ik een beeld in mijn hoofd had waarbij het onderwerp slechts klein in beeld zou staan (zie omslagfoto van mijn Facebookpagina) had ik besloten om hoger om de helling te gaan zitten en te wachten omdat er geen enkele gems in zicht was. Al snel zag ik echter enkele exemplaren die zich over de ene of de andere rand in de verte voortbewoog. Daar richtte ik mijn aandacht op en ik ben tussen de bosbessen gaan liggen zodat ik met mijn ellebogen op de grond kon steunen (ik had mijn statief in de auto laten liggen om meer bewegingsruimte te hebben). Toen ik daar na een kwartiertje mee klaar was, draaide ik me om en merkte ik dat ik half ingesloten was door een groepje gemzen dat mij tot op ca 10 meter genaderd was. Rustig grazend hadden ze mij ingeschat als “geen bedreiging”. Ik heb daar, samen met Tim die later naar mij toe was gekomen, zo’n drie kwartier van kunnen genieten. Je kunt dus beter een strategische plek kiezen en rustig afwachten. Dan valt er veel meer te beleven dan wanneer je er achteraan gaat!

ISO 800, 1/1600 @ f7.1, -0,3LW 80-400G @ 400mm uit de hand

 

9. Adieu
Vanaf de top van Le Hohneck keken we in westelijke richting uit over het golvende land van de Vogezen. De dalende zon verspreidde een oranje gloed waardoor de coulissen van wolken en landschap een langzaam verlopende gelaagdheid vertoonde van licht oranje naar donkergroen. Een mooier afscheid van dit landschap konden we ons niet wensen.

ISO 800, 1/640 @ f7.1, _0,7LW 80-400G @ 400mm uit de hand