Nog nooit heb ik zoveel zwammen gefotografeerd èn bezongen in gedichten als dit jaar! Twee maanden lang ben ik mij te buiten gegaan. Hieronder de verzamelde werken.
 
 

on a spacetrip with my spaceship


 
 

wormhole


 
 

        waar is Spillebeen?

        Spillebeen, Spillebeen
        Waar zit je nou? Waar ben je heen?
        Het is een chaos in het bos
        Zoveel stoeltjes total loss …

 

 

        Ik ga je zoeken
        In alle gaten, in alle hoeken
        Als ik je dan vind mijn beste vrind
        Fiks je alles, héél gezwind!

 

 
 

        zelfs een duister kantje
        heeft soms een zilver randje

        (en help anders een handje)

 

 
 

        in het oude bos
        zwieren de plooirokjes
        er lustig op los

 

 
 

        apart

        geen individu zonder anderen
        maar anderen willen dat dus veranderen

 

 
 

        geen olifant!

        kwetsbaar porselein
        vraagt geen lompe olifant
        maar een zachte hand

 

 

 

 
 

        back to black

        ik weet niet goed wie ik nu ben
        er zijn nog te veel puzzelstukjes
        van mezelf die ik niet goed ken

        ik durf mezelf ook niet te zijn
        doe dan mijn favoriete trucjes:
        vriendelijk en vrolijk (met chagrijn)

 

 
 

        heksenheul en addergebroed

        glibber, glimmer zwammenbloed
        etterbuil en addergebroed
        wat rattengif, een scheutje dauw
        in de ketel en brouw

        kwartelquatsch en slakkenslijm
        druppeltje snot van een wrattenzwijn
        ‘t snuitje van een langpootmug
        in de ketel; vlug!

        spinnen rag en paddendril
        heksenheul, een alruinschil
        in mijn ketel brouw ik gauw
        giechelbocht voor jou

 

 
 

        king of the hill

        doet uiteindelijk toch
        wat hij zelf wil

 

 
 

        pak mijn hand

        pak mijn hand
        want ik ben bang
        de duisternis duurt al zo lang
        ik zie vlammen aan de horizon
        de hele wereld staat in brand

        waanzin omringt ons meer en meer
        zo veel mensen zijn verward
        te veel harten kleuren zwart
        waar is de reden, waar blijft de zon
        komt het nog wel goed dees keer

        het loopt nu vreselijk uit de hand
        de afgunst duurt al veel te lang
        ik zou helpen als ik dat kon
        maar ik ben bang
        dus pak mijn hand

 

 
 

        asjemenou

        als boven eigenlijk onder is
        ik mij telkens weer vergis
        als huilen in lachen overgaat
        verwondering toch nog bestaat
        als het kind weer in mij bovenkomt
        dan is de cirkel bijna rond

 

 
 

        verlichting

        in ’t donk’re bos
        verlicht het zicht van
        oplichtende koraalzwammen
        mijn bezwaarde gemoed